KC1 gebruikt grof geweld op weg naar kampioenschap
9 april 2011 (door Marcel Canoy)
Stel je wint zeven keer dik. In de ultieme achtste wedstrijd moet je tegen de concurrent. Die heeft ook alles gewonnen en stelt bovendien een keur aan professionele krachtpatsers op. Zie daar ons dilemma. Moeten we conform onze ‘huisstijl’ gewoon met het eigen team spelen? We zijn immers goed genoeg om op eigen kracht 1e klasse te spelen, zou je zeggen. Maar de risico’s waren groot. Je wint niet zomaar van Charlois dat in zijn sterkte opstelling een GM, drie IMs en twee FMs, met gemiddeld ruim 2300 kan neerzetten. En onze jonge mannen zijn (net als die van Charlois trouwens) nu eindelijk wel eens toe aan promotie.

Dus besloten we maar voor een keer grof geweld te gebruiken. Via relaties van Pieter Roggeveen en met Jasnaldo als soufleur konden we voor deze wedstrijd beschikken over de aanzienlijke krachten van GM Sergej Fedorchuk (2662), GM Andrej Shchekachev (2525), IM Marcin Sieciechowicz (2441) en IM Krzysztof Chojnacki (2436). We hadden daarmee niet alleen het sterkte tweede klasse team ooit, maar ook het moeilijkst uitspreekbare. Ik beschouw het als een laffe linguïstische daad dat de wedstrijdleider slechts kort naar de opstelling tuurde en zich beperkte tot: ‘bord 5: moeilijke naam tegen Julian van Overdam”.

De wedstrijd zelf was ongekend spannend. Charlois had een semi-tactische opstelling met al hun kanonnen met wit. Die tactiek leek aanvankelijk vruchten af te werpen. IM Bruno Laurent had het geluk dat Mig zonder het te weten een oude partij van Kasparov volgde die eindigde in een stukoffer en elegant mat. Niet makkelijk te zien achter het bord, dus altijd handig als je het al eens eerder gezien hebt. Balen voor Mig en binnen een uur 1-0 achter. Charlois captain De Wit raakte er zo opgewonden van dat hij Laurent spontaan ging zoenen

Ondertussen was Joop net bekomen van een dubieuze stelling tegen de altijd vlot spelende FM Michel de Wit, toen de Wit een stuk offerde voor vier pionnen. Moeilijk. Toen Joop in tijdnood ook nog eens het verkeerde veld koos voor zijn koning kon hij zijn geplaagde monarchje direct omleggen. 2-0 achter en de andere partijen leken nog geen reden te geven tot groot optimisme.

De teleurstelling werd nog groter toen het bord waar we aanvankelijk het best stonden (Sieciechowicz-Van Overdam) en ook een grote ratingplus en tijdvoorsprong hadden, plotseling verzandde in remise. 2,5-0,5. Dan kan er op de rest van de borden niet veel mis meer gaan.

De ommekeer kwam door de andere Pool en een onverwachte engel. Toen onze zeer gewaardeerde teamleider Rob Oosting buiten een sigaretje aan het roken was, werd hij benaderd door een vrome dame die hem een papiertje in de hand drukte met daarop de tekst “Voor een hoopvolle toekomst, Jeremia 29:11. Bezoek ons en ervaar een wonder van God”. “Niet weggooien hoor!!” wierp het persistente vrouwtje Rob nog toe. Nee dat was Rob ook helemaal niet van plan. Zo’n omen moet je immers koesteren.

Kort daarop leek onze man Chojnacki in een razend moeilijke stelling in tijdnood bloot te staan aan een woedende aanval. Totdat hij pardoes een toren offerde. Zou wit (ook een sterke meester) dit aannemen dan zat er een eeuwig schaak grap in. De witspeler dacht dat hij beter stond en deed nog maar eens een zwierige aanvalszet. Toen bleek de diepzinnige pointe van het zwarte spel. Hij offerde er nog een dame bij, en voor wit doorhad wat er aan de hand was, stond hij mat. 2,5-1,5.

Ondertussen had Fedorchuk tegen de listig op bord 1 geplaatste Meng een drukstelling, maar de Rotterdamse jongeling weerde zich dapper. Uiteindelijk gaf in tijdnood de grote klasse en ervaring van de in Parijs woonachtige sympathieke Oekraïner de doorslag. 2,5-2,5.

De lucht was wat aan het opklaren voor KC. Waar Jeremia toch niet goed voor kan zijn. David had een kwal meer maar had wat klunzig zijn enige vrijpion weggegeven. Verliezen kon hij in ieder geval niet, maar winst leek ook ver weg. Dek was in tijdnood beter dan Kirana, die een redelijk kansrijke stelling liet verzanden in een lopereindspel waarin hij ook nog onnauwkeurig speelde. Shchekachev moest ondertussen met zwart zwaar aan de bak tegen de gevaarlijke Belgische meester Hovhanisian. Het leek nog alle kanten op te kunnen gaan, maar we werden wel voorzichtig optimistisch.

Toen David een pionnetje meesnoepte door een grove onnauwkeurigheid van zijn Belgische tegenstrever, leek hij plotseling toch op winst te staan. Dek kon daardoor remise geven, want we hadden inmiddels wel door dat Andrej Shchekachev echt wel loeisterk is. Eigenlijk was de hele partij een masterclass “hoe speel ik tegen een isolani”. Met groot geduld en precisie werd uiteindelijk afgewikkeld naar een glad gewonnen stand die alleen om de winst veilig te stellen remise werd gegeven. Want inmiddels had David na lang manoeuvreren en hier en daar een listig tempozetje de winst bereikt. Bravo. Alleen een mirakel (zoals 8-0 verliezen van HWP Haarlem) kan ons nog van het felbegeerde kampioenschap afhouden.

Mijn compassie gaat uit naar Charlois dat ook een topseizoen draait. Hun sterke jeugdspelers kunnen ook 1e klasse spelen, maar goed er kan er maar een winnen. Zij nog opgemerkt dat nadat vorig jaar de onderlinge wedstrijd in onaangename sfeer verliep, daar dit jaar volstrekt geen sprake van was. Alles verliep zeer sportief ondanks de grote belangen. Teamleider de Wit had zelfs vriendelijke woorden en een fles Champagne klaarstaan voor ons. Hulde daarvoor.

Sergey Fedorchuk - Roger Meng 1-0
Andrei Shchekachev - Mher Hovhanisian rem
David Klein - Albin Dal Borgo 1-0
Yorick Ten Hagen - Michel de Wit 0-1
Marcin Sieciechowicz - Julian van Overdam rem
Krzysztof Chojnacki - Daniyal Saiboulatov 1-0
Lennart Dek - Marco Kirana rem
Miguoel Admiraal - Bruno Laurent 0-1